Italiaans (verbuiging)

Nederlands (nl)Wysig

  Byvoeglike naamwoordWysig

Hierdie tabelle verteenwoordig die grammatika wat voor 1947 amptelik in die Nederlandse skryftaal verplig was, hoewel dit in die spreektaal reeds lank nie meer gebruiklik was nie. Die meeste verboë vorme word vandag net nog in sommige idiome aangetref, maar in boeke van voor 1947 was dit gebruiklik.

Stellende trapWysig

Sterk verbuiging (sonder lidwoord)Wysig
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Italiaans Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Genitief
(verouder)
Italiaansen Italiaanse Italiaansen Italiaanser Italiaanser Italiaanser
Datief
(verouder)
Italiaansen Italiaanse Italiaans Italiaansen Italiaansen Italiaansen
Akkusatief
(verouder)
Italiaansen Italiaanse Italiaans Italiaanse Italiaanse Italiaanse



Swak verbuiging (met bepaalde lidwoord)Wysig
Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de

(Vlaams:)
den
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
de

(Vlaams:)
den
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
het, 't Italiaanse,
Italiaans

(Vlaams:)
Italiaans
de

(Vlaams:)
den
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
de

(Vlaams:)
den
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
de

(Vlaams:)
den
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
Genitief
(verouder)
des, 's Italiaansen der Italiaanse des, 's Italiaansen der Italiaanse der Italiaanse der Italiaanse
Datief
(verouder)
den Italiaansen der Italiaanse den,
het, 't
Italiaanse den Italiaansen den Italiaansen den Italiaansen
Akkusatief
(verouder)
den Italiaansen de Italiaanse het, 't Italiaanse de Italiaanse de Italiaanse de Italiaanse



Gemengde verbuiging (met onbepaalde lidwoord)Wysig
Enkelvoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief een, 'n Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
een, 'n
(verouder:) ene, 'ne
Italiaanse

(Vlaams voor klinkers en "h":)
Italiaansen
een, 'n Italiaans
Genitief
(verouder)
eens, 'ns Italiaansen ener Italiaanse eens, 'ns Italiaansen
Datief
(verouder)
enen, 'nen Italiaansen ener Italiaanse enen, 'nen
een, 'n
Italiaans
Akkusatief
(verouder)
enen, 'nen Italiaansen ene, 'ne Italiaanse een, 'n Italiaans



Gesubstantiveerde verbuigingWysig

Enkelvoud Meervoud
Naamval Manlik Vroulik Onsydig Manlik Vroulik Onsydig
Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm Lidwoord Vorm
Nominatief de

(Vlaams:)
den
Italiaanse de

(Vlaams:)
den
Italiaanse het, 't Italiaanse de

(Vlaams:)
den
Italiaansen de

(Vlaams:)
den
Italiaansen de

(Vlaams:)
den
Italiaansen
Genitief
(verouder)
des, 's Italiaansen der Italiaanse des, 's Italiaansen der Italiaansen der Italiaansen der Italiaansen
Datief
(verouder)
den Italiaanse der Italiaanse den,
het, 't
Italiaanse den Italiaansen den Italiaansen den Italiaansen
Akkusatief
(verouder)
den Italiaanse de Italiaanse het, 't Italiaanse de Italiaansen de Italiaansen de Italiaansen