apotek

Noors boekmaal (nb)

Naamval Enkelvoud Meervoud
  Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief apotek o apoteket apotek
(tot 1938:) apoteker
apoteka
(tot 1938:) apotekene  
Genitief apoteks apotekets apoteks
(tot 1938:) apotekers
apotekas
(tot 1938:) apotekenes

  Uitspraak

IPA: [apu'teːk], bepaald: [apu'teːkə]; meervoud: [apu'teːk], (tot 1938:) [apu'teːkər]; bepaald: [apu'teːka], (tot 1938:) [apu'teːkənə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Apteek


Deens (da)

Enkelvoud Meervoud
Naamval Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief apotek o apoteket apoteker apotekerne  
Genitief apoteks apotekets apotekers apotekernes

  Uitspraak

IPA: [apoˈteˑʔg̊], bepaald: [apoˈteˑʔkəð]; meervoud: [apoˈteˑʔkɐ], bepaald: [apoˈteˑʔkɐnə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Apteek


Faroëes (fo)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief apotek apotekið apotek apotekini
Genitief apoteks apoteksins apoteka apotekanna
Datief apoteki apotekinum apotekum apotekunum
Akkusatief apotek apotekið apotek apotekini

Onsydig

  Uitspraak

IPA:
onbepaald: [apoˈteːk], genitief: [apoˈteːks], datief: [apoˈteːkɪ]; meervoud: [apoˈteːk], genitief: [apoˈteːka], datief: [apoˈteːkʊn]<br<
bepaald: [apoˈteːkɪ], genitief: [apoˈteːksɪn̥s], datief: [apoˈteːkɪnʊn]; meervoud: [apoˈteːkɪnɪ], genitief: [apoˈteːkana], datief: [apoˈteːkʊnʊn]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Apteek


Nieu-Noors (nn)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief apotek o apoteket apotek apoteka;
(tot 1938:) apoteki
Genitief apoteks apotekets apoteks apotekas;
(tot 1938:) apotekis

  Uitspraak

IPA: [apu'teːk], bepaald: [apu'teːkə]; meervoud: [apu'teːk], bepaald: [apu'teːka], (tot 1938:) [apu'teːkɪ]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Apteek


Sweeds (sv)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief apotek o apoteket apotek apoteken
Genitief apoteks apotekets apoteks apotekens

  Uitspraak

IPA: [apu'teːk], bepaald: [apu'teːkət]; meervoud: [apu'teːk], bepaald: [apu'teːkən]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Apteek