december

Deens (da)

Enkelvoud Meervoud
Naamval Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief december decembermåneden decembermåneder decembermånederne  
Genitief decembers decembermånedens decembermåneders decembermånedernes

Gemeenslagtig

  Spelling tot 1948

december, meervoud: decembermaaneder

  Uitspraak

IPA: [d̥eˈsɛmˀb̥ɐ], bepaald: [d̥eˈsɛmˀb̥ɐˌmo̜ːnəðən]; meervoud: [d̥eˈsɛmˀb̥ɐˌmo̜ːnəðɐ], bepaald: [d̥eˈsɛmˀb̥ɐˌmo̜ːnəðɐnə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Desember

     Sinonieme

kristmåned


Nederlands (nl)

Enkelvoud Meervoud
Naamwoord december decembermaanden 
Verouderde vorme
Genitief decembers decembermaanden  
Datief december decembermaanden

Manlik

  Spelling tot 1934

December, meervoud: Decembermaanden

  Uitspraak

IPA:
Nederlands: [deˈsɛmbər], meervoud: [deˈsɛmbərˌmaːndə(n)]
Belgies: [deˈsɛmbəʀ], meervoud: [deˈsɛmbəʀˌmaːndə(n)]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Desember

     Sinonieme

wintermaand, sneeuwmaand, kerstmaand, donkeremaand


Sweeds (sv)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief december decembermånaden decembermånader decembermånaderna
Genitief decembers decembermånadens decembermånaders decembermånadernas

Gemeenslagtig

  Uitspraak

IPA: [deˈsɛmbər], bepaald: [de˅sɛmbərmoːnadən]; meervoud: [de˅sɛmbərmoːnadər], bepaald: [de˅sɛmbərmoːnadəɳa]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Desember

     Sinonieme

julmånad, Christmånad