januari

Nederlands (nl)

Enkelvoud Meervoud
Naamwoord januari januarimaanden 
Verouderde vorme
Genitief januari's januarimaanden  
Datief januari januarimaanden

Manlik

  Spelling tot 1934

Januari, meervoud: Januarimaanden

  Uitspraak

IPA:
Nederlands: [janyˈwaːri], meervoud: [janyˈwaːriˌmaːndə(n)]
Belgies: [janyˈβaːʀi], meervoud: [janyˈβaːʀiˌmaːndə(n)]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Januarie

     Sinonieme

lauwmaand


Sweeds (sv)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief januari januarimånaden januarimånader januarimånaderna
Genitief januaris januarimånadens januarimånaders januarimånadernas

Gemeenslagtig

  Uitspraak

IPA: [janɵˈɑːri], bepaald: [janɵ˅ɑːrimoːnadən]; meervoud: [janɵ˅ɑːrimoːnadər], bepaald: [janɵ˅ɑːrimoːnadəɳa]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

Januarie

     Sinonieme

torsmånad