Noors boekmaal (nb)

Naamval Enkelvoud Meervoud
  Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ nominativen nominativer nominativene  
Genitief nominativs nominativens nominativers nominativenes

Manlik

  Uitspraak

IPA: ['nuːminɑtiːv], bepaald: ['nuːminɑtiːvən]; meervoud: ['nuːminɑtiːvər], bepaald: ['nuːminɑtiːvənə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief


Bosnies (bs)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief nominativ
номинатив
nominativi
номинативи
Genitief nominativa
номинатива
nominativa
номинатива
Datief nominativu
номинативу
nominativima
номинативима
Akkusatief nominativ
номинатив
nominative
номинативе
Vokatief nominative
номинативе
nominativi
номинативи
Instrumentaal nominativom
номинативом
nominativima
номинативима
Lokatief nominativu
номинативу
nominativima
номинативима

Manlik

  Met Cyrilliese letters

номинатив, meervoud: номинативи

  Met Arabiese letters

نۉمیناتیو , meervoud: نۉمیناتیوی

  Uitspraak

IPA: [ˈnɔ˥˧minatiːv], genitief: [ˈnɔ˥˧minatiːva], datief: [ˈnɔ˥˧minatiːvu], vokatief: [ˈnɔ˥˧minatiːvɛ], instrumentaal: [ˈnɔ˥˧minatiːvɔm]; meervoud: [ˈnɔ˥˧minatiːvi], genitief: [ˈnɔ˥˧minatiːvaː], datief: [ˈnɔ˥˧minatiːvima], akkusatief: [ˈnɔ˥˧minatiːvɛ]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief


Deens (da)

Enkelvoud Meervoud
Naamval Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ nominativen nominativer nominativerne  
Genitief nominativs nominativens nominativers nominativernes

Gemeenslagtig

  Uitspraak

IPA: [ˈnominætiˑˀv, ˈnominætiu̯ˀ], bepaald: [ˈnominætiˑˀvən, ˈnominætiu̯ˀən]; meervoud: [ˈnominætiˑˀvɐ, ˈnominætiu̯ˀɐ], bepaald: [ˈnominætiˑˀvɐnə, ˈnominætiu̯ˀɐnə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief

     Sinonieme

1. nævnefald, grundledsfald


Kroaties (hr)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief nominativ nominativi
Genitief nominativa nominativa
Datief nominativu nominativima
Akkusatief nominativ nominative
Vokatief nominative nominativi
Instrumentaal nominativom nominativima
Lokatief nominativu nominativima

Manlik

  Uitspraak

IPA: [ˈnɔ˥˧minatiːv], genitief: [ˈnɔ˥˧minatiːva], datief: [ˈnɔ˥˧minatiːvu], vokatief: [ˈnɔ˥˧minatiːvɛ], instrumentaal: [ˈnɔ˥˧minatiːvɔm]; meervoud: [ˈnɔ˥˧minatiːvi], genitief: [ˈnɔ˥˧minatiːvaː], datief: [ˈnɔ˥˧minatiːvima], akkusatief: [ˈnɔ˥˧minatiːvɛ]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief


Moldawies (mo)

Byvoeglike naamwoord
Stellend
(onbepaald)
Enkelvoud Meervoud
Manlik nominativ
номинатив
nominativi
номинативй
Vroulik nominativă
номинативэ
nominative
номинативе
Onsydig nominativ
номинатив
nominative
номинативе
Bywoord
nominativ
номинатив
Bepaalde Verbuigings: nominativ (verbuiging)

  Uitspraak

IPA:
manlik: [nominaˈtiv], vroulik: [nominaˈtivə], onsydig: [nominaˈtiv]; meervoud: manlik: [nominaˈtivʲ], vroulik: [nominaˈtive], onsydig: [nominaˈtive]; bywoordelik: [nominaˈtiv]

  Spelling tot 1860

manlik: *номинати́в(ь), vroulik: *номинати́въ, onsydig: *номинати́в(ь); meervoud: manlik: *номинати́вй, vroulik: *номинати́ве, onsydig: *номинати́ве; bywoordelik: *номинати́в(ь)

  Spelling tot 1862

manlik: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); vroulik: *nominaтiвъ, *nominatiвъ; onsydig: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); meervoud: manlik: *nominaтiвĭ, *nominatiвĭ; vroulik: *nominaтiвe, *nominatiвe; onsydig: *nominaтiвe, *nominatiвeе; bywoordelik: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆)

  Spelling tot 1904

manlik: nominativ(ŭ), vroulik: nominativă, onsydig: nominativ(ŭ); meervoud: manlik: nominativĭ, vroulik: nominative, onsydig: nominative; bywoordelik: nominativ(ŭ)

  Spelling van die 1930s tot 1989

manlik: номинатив, vroulik: номинативэ, onsydig: номинатив; meervoud: manlik: номинативй, vroulik: номинативе, onsydig: номинативе; bywoordelik: номинатив

  Byvoeglike naamwoord

     Betekenisse

Nominatief


Moldawies (mo)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ
номинатив
nominativul
номинативул
nominative
номинативе
nominativele
номинативеле
Genitief nominativ
номинатив
nominativului
номинативулуй
nominative
номинативе
nominativelor
номинативелор
Datief nominativ
номинатив
nominativului
номинативулуй
nominative
номинативе
nominativelor
номинативелор
Akkusatief nominativ
номинатив
nominativul
номинативул
nominative
номинативе
nominativele
номинативеле
Vokatief nominativule
номинативуле
nominativelor
номинативелор

Onsydig

  Uitspraak

IPA:
onbepaald: [nominaˈtiv], meervoud: [nominaˈtive]
bepaald: [nominaˈtivu(l)], genitief: [nominaˈtivuluj], vokatief: [nominaˈtivule]; meervoud: [nominaˈtivele], genitief: [nominaˈtivelor]

  Spelling tot 1860

onbepaald:
номинати́в(ь), meervoud: *номинати́ве
bepaald:
номинати́вȢл(ь), genitief: *номинати́вȢлȣй, vokatief: *номинати́вȢле; meervoud: *номинати́веле, genitief: *номинати́велѡр(ь)

  Spelling tot 1862

onbepaald:
nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); meervoud: *nominaтiвe, *nominatiвe
bepaald:
nominaтiвɤл(ɤ̆), *nominatiвɤл(ɤ̆); genitief: *nominaтiвɤлɤĭ, *nominatiвɤлɤĭ; vokatief: *nominaтiвɤлe, *nominatiвɤлe; meervoud: *nominaтiвeлe, *nominatiвeлe; genitief: *nominaтiвeлoр(ɤ̆), *nominatiвeлoр(ɤ̆)

  Spelling tot 1904

onbepaald:
nominativ(ŭ) meervoud: nominative
bepaald:
nominativul(ŭ); genitief: nominativuluĭ, vokatief: nominativule; meervoud: nominativele, genitief: nominativelor(ŭ)

  Spelling van die 1930s tot 1989

номинатив, meervoud: номинативе
bepaald:
номинативул, genitief: номинативулуй, vokatief: номинативуле; meervoud: номинативеле, genitief: номинативелор

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief

     Sinonieme

1. caz nominativ


Nieu-Noors (nn)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ nominativen nominativar nominativane
Genitief nominativs nominativens nominativars nominativanes

Manlik

  Uitspraak

IPA: ['nuːminɑtiːv], bepaald: ['nuːminɑtiːvən]; meervoud: ['nuːminɑtiːvɑr], bepaald: ['nuːminɑtiːvɑnə]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief


Roemeens (ro)

Byvoeglike naamwoord
Stellend
(onbepaald)
Enkelvoud Meervoud
Manlik nominativ nominativi
Vroulik nominativă nominative
Onsydig nominativ nominative
Bywoord
nominativ
Bepaalde Verbuigings: nominativ (verbuiging)

  Uitspraak

IPA:
manlik: [nominaˈtiv], vroulik: [nominaˈtivə], onsydig: [nominaˈtiv]; meervoud: manlik: [nominaˈtivʲ], vroulik: [nominaˈtive], onsydig: [nominaˈtive]; bywoordelik: [nominaˈtiv]

  Spelling tot 1860

manlik: *номинати́в(ь), vroulik: *номинати́въ, onsydig: *номинати́в(ь); meervoud: manlik: *номинати́вй, vroulik: *номинати́ве, onsydig: *номинати́ве; bywoordelik: *номинати́в(ь)

  Spelling tot 1862

manlik: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); vroulik: *nominaтiвъ, *nominatiвъ; onsydig: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); meervoud: manlik: *nominaтiвĭ, *nominatiвĭ; vroulik: *nominaтiвe, *nominatiвe; onsydig: *nominaтiвe, *nominatiвeе; bywoordelik: *nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆)

  Spelling tot 1904

manlik: nominativ(ŭ), vroulik: nominativă, onsydig: nominativ(ŭ); meervoud: manlik: nominativĭ, vroulik: nominative, onsydig: nominative; bywoordelik: nominativ(ŭ)

  Byvoeglike naamwoord

     Betekenisse

Nominatief


Roemeens (ro)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ nominativul nominative nominativele
Genitief nominativ nominativului nominative nominativelor
Datief nominativ nominativului nominative nominativelor
Akkusatief nominativ nominativul nominative nominativele
Vokatief nominativule nominativelor

Onsydig

  Uitspraak

IPA:
onbepaald: [nominaˈtiv], meervoud: [nominaˈtive]
bepaald: [nominaˈtivu(l)], genitief: [nominaˈtivuluj], vokatief: [nominaˈtivule]; meervoud: [nominaˈtivele], genitief: [nominaˈtivelor]

  Spelling tot 1860

onbepaald:
номинати́в(ь), meervoud: *номинати́ве
bepaald:
номинати́вȢл(ь), genitief: *номинати́вȢлȣй, vokatief: *номинати́вȢле; meervoud: *номинати́веле, genitief: *номинати́велѡр(ь)

  Spelling tot 1862

onbepaald:
nominaтiв(ɤ̆), *nominatiв(ɤ̆); meervoud: *nominaтiвe, *nominatiвe
bepaald:
nominaтiвɤл(ɤ̆), *nominatiвɤл(ɤ̆); genitief: *nominaтiвɤлɤĭ, *nominatiвɤлɤĭ; vokatief: *nominaтiвɤлe, *nominatiвɤлe; meervoud: *nominaтiвeлe, *nominatiвeлe; genitief: *nominaтiвeлoр(ɤ̆), *nominatiвeлoр(ɤ̆)

  Spelling tot 1904

onbepaald:
nominativ(ŭ) meervoud: nominative
bepaald:
nominativul(ŭ); genitief: nominativuluĭ, vokatief: nominativule; meervoud: nominativele, genitief: nominativelor(ŭ)

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief

     Sinonieme

1. caz nominativ


Serwies (sr)

номинатив


Sweeds (sv)

Byvoeglike naamwoord
Stellend
(onbepaald)
Enkelvoud Meervoud
Gemeenslagtig   nominativ     nominativa  
Onsydig   nominativt     nominativa  
Stellend
(bepaald)
Enkelvoud Meervoud
Gemeenslagtig   nominativa;
  (manlik ook:) nominative  
  nominativa  
Onsydig   nominativa     nominativa  

  Uitspraak

IPA:
onbepaald: gemeenslagtig: [ˈnoːminativ, nominaˈtiːv], onsydig: [ˈnoːminatift, nominaˈtiːft]; meervoud: [ˈnoːminativa, nominaˈtiːva]
bepaald: gemeenslagtig: [ˈnoːminativa, nominaˈtiːva] (manlik ook:) [ˈnoːminativə, nominaˈtiːvə], onsydig: [ˈnoːminativa, nominaˈtiːva]; meervoud: [ˈnoːminativa, nominaˈtiːva]

  Byvoeglike naamwoord

     Betekenisse

Nominatief


Sweeds (sv)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Onbepaald Bepaald Onbepaald Bepaald
Nominatief nominativ nominativen nominativer nominativerna
Genitief nominativs nominativens nominativers nominativernas

Gemeenslagtig

  Uitspraak

IPA: [˅noːminatiːv, ˅nuːminatiːv], bepaald: [˅noːminatiːvən, ˅nuːminatiːvən]; meervoud: [˅noːminatiːvər, ˅nuːminatiːvər], bepaald: [˅noːminatiːvəɳa, ˅nuːminatiːvəɳa]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief


Tsjeggies (cs)

Naamval Enkelvoud Meervoud
Nominatief nominativ nominativy
Genitief nominativu nominativů
Datief nominativu nominativům
Akkusatief nominativ nominativy
Vokatief nominative nominativy
Instrumentaal nominativem nominativy
Lokatief nominativu nominativech

Manlik

  Uitspraak

IPA: [ˈnɔmɪnatɪf], genitief: [ˈnɔmɪnatɪvʊ], vokatief: [ˈnɔmɪnatɪvɛ], instrumentaal: [ˈnɔmɪnatɪvɛm]; meervoud: [ˈnɔmɪnatɪvɪ], genitief: [ˈnɔmɪnatɪvuː], datief: [ˈnɔmɪnatɪvuːm], lokatief: [ˈnɔmɪnatɪvɛx]

  Selfstandige naamwoord

     Betekenisse

  1. Eerste naamval
  2. Woord in die nominatief

     Sinonieme

1. první pád